Gewoon duidelijk!

Gewoon Duidelijk!

Afgelopen week stond er in Dordt Centraal een stukje met als titel ‘Gewoon politiek‘. Onze fractievoorzitter Irene Koene heeft hierin beschreven waar de lokale politiek wel en niet over gaat. Ook dat je altijd moet proberen om weg te blijven van details. Maar daarmee hoeft het nog steeds niet zo te zijn dat mensen snappen waar je het over hebt.

Duidelijke taal

Dat heeft te maken met de taal die gesproken wordt. Of liever gezegd, de woorden die worden gebruikt tijdens de gemeenteraads- of de commissievergadering. Zeg je ‘top-notch’ of uitstekend, ‘diversiteit’ of verschil(lend zijn), triage of …..? Denominatie of …..? De laatste twee woorden kwamen afgelopen week een aantal keer voorbij in een van de commissies.

Het zijn woorden die de meesten van ons niet kennen. En als je ze gaat opzoeken, word je ook niet veel wijzer. Gewoon Dordt vraagt daarom regelmatig om duidelijke taal te gebruiken. Met schrijven én praten. Dus merkte Irene op dat het voor de mensen thuis met dit soort woorden niet te volgen zou zijn.

Duidelijke boodschap

Er werd fel gereageerd: ,,Mevrouw Koene, ík zit hier niet voor de bühne.” Ofwel: het zal me een worst zijn of iemand het begrijpt. Maar politici zijn volksvertegenwoordigers, en dus moet iedereen kunnen snappen waar het over gaat. In het vragen om aandacht voor begrijpelijk taalgebruik maakt Irene geen onderscheid. 

Zij vertelt: “Mijn eigen fractiegenoot Gertjan heeft wel eens de neiging woorden te gebruiken die in de vergetelheid zijn geraakt; dat is zijn stijl. Je onderscheiden is leuk, maar daardoor is de boodschap niet altijd even begrijpelijk. In de Commissie Grote Projecten heb ik hem als voorzitter daar ook eens op gewezen. Ik bedankte hem na zijn woordvoering en zei dat hij voor iemand van Gewoon Dordt wel hele moeilijke woorden gebruikte.”

Gewoon duidelijk

Gewoon Dordt vindt het ontzettend belangrijk dat er duidelijke taal wordt gebruikt. Irene legt uit: “Er werd me pas gezegd dat ik een ander niet kon verwijten dat hij meer (taal)kennis heeft. Dat doe ik ook niet, maar ik mag van diegene wél verwachten dat hij zodanig spreekt dat anderen het kunnen volgen. Juist als je een politicus bent.

Geen vaktaal gebruiken en geen lange teksten uitspreken of schrijven. Iemand die laaggeletterd is moet je kunnen begrijpen. Als je daarvan uitgaat begrijpt iedereen je.” Irene geeft toe zelf ook wel eens te moeilijke woorden te gebruiken. “Ik probeer het zoveel mogelijk te voorkomen maar ongemerkt gebeurt het wel eens. Als ik het zelf niet merk hoop ik dat anderen me erop aanspreken.”

Back to top